Illustratiecensuur
Illustratiecensuur. Ik heb daar zelf niet vaak mee te maken, omdat ik technisch illustrator ben. Mijn talenten zijn niet afgestemd op portretten of naaktmodellen. Maar voor veel collega’s in de meer creatieve hoek ligt dat anders. Want als illustrator beweeg je je voortdurend op het snijvlak van expressie en beperking.
Illustratieve kunst is nooit alleen decoratie geweest. Door de geschiedenis heen riep beeldtaal bewondering op, maar ook angst. Angst voor invloed, voor verkeerde interpretatie, voor het ondermijnen van macht.
🎨 In de middeleeuwen kon die angst zeer serieuze gevolgen hebben. Kunstenaars die afweken van religieuze dogma’s liepen risico op verkettering, uitsluiting of nog erger. Een verkeerd symbool, een te menselijke heilige, een suggestieve houding kon al leiden tot beschuldigingen van ketterij of godslastering.
Beeld was gevaarlijk omdat het direct werkte, ook op ongeletterden. Dat maakte illustratieve kunst tot een machtig, maar riskant medium. Het naakt door Rubens was dan ook erg gewaagd, zie hieronder.

🎨 Illustratiecensuur was in die tijd geen abstract begrip. Het kon leiden tot verlies van werk, reputatie of vrijheid. In extreme gevallen tot gevangenschap of de dood ⚰️. Kunstenaars leerden zichzelf aan om te verhullen, te coderen, te suggereren in plaats van expliciet te tonen.
Die traditie van indirecte beeldtaal zien we nog steeds terug in illustratie kunst.🎨🖼️Ook na de middeleeuwen bleef het risico bestaan, zij het subtieler. In de vroegmoderne tijd konden spotprenten leiden tot verbanning of arrestatie. In de 19e en vroege 20e eeuw werden kunstenaars vervolgd wegens “zedenschennis” of “ondermijning van de openbare orde”.
Denk aan verboden boeken, in beslag genomen affiches en gesloten tentoonstellingen. De persoonlijke tol was vaak groot, ook al was de straf minder extreem dan eeuwen daarvoor.
De jaren 70 en 80
📌 De jaren 70 en 80 vormden een zeldzame periode waarin die dreiging (helaas tijdelijk) afnam. Kunstenaars konden provoceren zonder directe repercussies. Seksualiteit, geweld en maatschappijkritiek kregen ruimte. Illustratie kunst werd expliciet, confronterend en soms bewust schokkend.
Denk aan films als “Deep Throath” en “Turks Fruit”. Het publiek werd geacht tegen een stootje te kunnen. Ook illustratiecensuur bleek niet meer nodig, en leek een afgesloten hoofdstuk te zijn.
📌 Vandaag is de repressie minder zichtbaar, maar niet verdwenen. De straf is zelden juridisch, maar sociaal en economisch. Uitsluiting, online verkettering en het verliezen van opdrachten zijn reële risico’s.
De beschuldiging is niet langer ketterij, maar “ongepast”, “kwetsend” of “problematisch”. Context en intentie verdwijnen vaak naar de achtergrond.
📌 Voor illustratoren blijft het spanningsveld hetzelfde als eeuwen geleden: aanpassen of risico nemen. Illustratie kunst ontleent haar kracht juist aan dat risico. Wanneer beelden geen persoonlijke consequenties meer mogen hebben, verliezen ze hun scherpte.
Geschiedenis laat zien dat kunst nooit echt vrij is geweest, maar altijd bevochten moest worden. Dat geldt vandaag nog steeds, jammer genoeg.
Jeroen Bosch

Onontkombaar in deze context is Jeroen Bosch. Waarom kon hij wél zijn gang gaan? Hier een paar redenen.
➡️ Zijn werk werd gelezen als morele waarschuwing, niet als verleiding
Bosch’ monsters, naakten en bizarre taferelen lijken grensoverschrijdend, maar ze dienden een duidelijk moreel doel. Hij toonde de zonde niet om haar aantrekkelijk te maken, maar om haar af te schrikken.
Hel, straf en chaos waren het gevolg van menselijk falen. Voor kerk en elite was dat acceptabel, zelfs nuttig. Het was visuele lering.
➡️ Hij bevestigde het wereldbeeld van zijn tijd, maar hij ondermijnde het niet
Hoe vreemd zijn beelden ook zijn, Bosch trekt nooit de kern van het christelijke geloof in twijfel. Er is geen twijfel aan goed en kwaad, geen relativering van zonde, geen kritiek op God of kerkelijke hiërarchie.
De mens is zwak, de wereld is gevaarlijk, redding ligt buiten jezelf. Dat was volledig in lijn met de middeleeuwse theologie.
➡️ Symboliek bood bescherming
Bosch werkte extreem symbolisch. Veel beelden waren alleen te begrijpen door ingewijden: geestelijken, geleerden, rijke opdrachtgevers. Dat gaf hem speelruimte.
Wat voor ons absurd of surrealistisch lijkt, was voor tijdgenoten een visueel woordenboek van zonde en straf. Symboliek fungeerde als een soort juridische buffer.
➡️ Hij had de juiste opdrachtgevers
Bosch werkte voor de stedelijke elite en later zelfs voor het hof van Filips de Schone. Dat is cruciaal. Bescherming door machtige opdrachtgevers betekende bescherming tegen beschuldigingen van ketterij. Kunstenaars zonder dat netwerk liepen veel meer risico.
Ik sluit af met een olieverf schilderij door Gerard di Maccio. Hij is tevens de artiest achter het grootste olieverfschilderij ooit geproduceert. Op leeftijd, maar nog steeds actief en creatief.
