Illustrator DNA
Illustrator DNA lijkt een voorwaarde voor talent om illustrator te zijn of te worden. Maar is dat ook zo, zijn er bewijzen voor dat mijn eigen kinderen bijvoorbeeld, ook dezelfde DNA bouwstenen nodig hebben om illustrator te kunnen worden?
Gaat het talent van mij als illustrator over in het DNA van mijn kinderen?
Als illustrator herken ik het: die blik van verwondering op het gezicht van een ouder wanneer hun kind voor het eerst een herkenbaar poppetje tekent. “Hij heeft het van jou!”, hoor je dan. Maar klopt dat wel? Zit dat illustratortalent echt in het DNA, of speelt er nogiets anders?
Toen ik me in deze vraag begon te verdiepen, stuitte ik op een fascinerende paradox. Het antwoord is zowel “ja” als “nee”, en dat maakt het juist zo interessant

De mythe
Laat ik eerlijk zijn: het is voor mij een geruststellende gedachte dat talent in de familie zit. Maar de wetenschap schetst een breder beeld. Recent onderzoek toont aan, dat er wel degelijk genetische factoren meespelen bij creativiteit, er zijn maar liefst 1.500 DNA-markers geïdentificeerd die ermee te maken hebben. Dat klinkt overtuigend, nietwaar? Maar gaat dat specifiek over het illustrator DNA?
Maar hier komt de crux: diezelfde onderzoekers ontdekten dat slechts een klein deel van de variatie in creativiteit tussen mensen verklaard kan worden door verschillen in hun DNA . De omgeving speelt dus ook een enorme rol, misschien wel een grotere.
De kindertekening
Wist je dat bijna elk kind tekent? Ontwikkelingspsychologen als Rhoda Kellogg ontdekten dat kinderen rond hun tweede beginnen met een soort ‘alfabet’ van twintig primitieve krabbels . Tussen hun vijfde en zevende beleven ze wat Howard Gardner de “Gouden Eeuw” van de kindertekening noemde, tekeningen vol fantasie en onbevangenheid .
En dan gebeurt er iets merkwaardigs… Rond hun achtste, negende levensjaar stopt de meerderheid van de kinderen met tekenen. Vraag je een klas in groep acht wie er kan tekenen, dan gaan er nog maar een paar aarzelende vingers omhoog . Wat is er gebeurd?
Neil Cohn, een onderzoeker naar tekenontwikkeling, trok een verrassende parallel met taalontwikkeling . Sommige eigenschappen van taal zijn veerkrachtig, ze ontwikkelen zich hoe dan ook, zelfs zonder omgevingsinvloeden. Andere zijn kwetsbaar, ze hebben specifieke input nodig tijdens een belangrijke periode.
Hetzelfde geldt voor tekenen. De basis, de krabbels, eenvoudige vormen, een universele beeldtaal, die zit er bij vrijwel ieder mens in. Maar de meer verfijnde, conventionele tekentechnieken? Die moeten worden aangeleerd. En als dat niet gebeurt, blijft het tekenen steken in die kinderlijke basis.
Het meest onthullende voorbeeld? Japanse kinderen ervaren die beruchte ‘drop-off’ in tekenvaardigheid rond de puberteit niet. Waarom? Omdat zij wél systematisch worden blootgesteld aan een gestandaardiseerd tekensysteem, denk aan de conventies van manga en anime. Maar ook het beeldschrift dat ze leren, de Kanji, de Hiragana en de katakana, zijn eigenlijk tekeningertjes. Een lagere school kind moet er minstens 1000 leren “natekenen”…

De paradox van de wonderkinderen
Maar wacht,hoe zit het dan met die wonderkinderen? Die achtjarigen die al op professioneel niveau tekenen? Onderzoek naar muzikale wonderkinderen toont aan dat er sterke aanwijzingen zijn voor aangeboren factoren . Deze kinderen hebben vaak een bovengemiddeld IQ, een uitzonderlijk werkgeheugen en een opvallend oog voor detail. Hun talent is niet alleen het resultaat van oefening, daarvoor zijn ze simpelweg te jong.
Toch is het verleidelijk om hieruit te concluderen dat “talent in de genen zit”. Maar let op: deze wonderkinderen vormen de uitzondering, niet de regel. Voor de overgrote meerderheid van de kinderen geldt iets anders.
Erft mijn illustratietalent over?
Het antwoord is zowel ontnuchterend als bevrijdend.
Wat ik mogelijk doorgeef in mijn illustrator DNA, is een bepaalde aanleg: een gevoeligheid voor beeldtaal, een goed oog voor verhoudingen, een sterke verbeeldingskracht. Sommige onderzoekers, zoals geneticus David Shenk, betogen zelfs dat we onze ideeën over ’talentgenen’ veel te beperkend zijn. Volgens hem zijn onze genen geen statische blauwdruk, maar een dynamisch systeem dat reageert op de omgeving .
Maar wat je niet automatisch doorgeeft, is het vakmanschap. De techniek. Het doorzettingsvermogen om die zoveelste schets wel goed te krijgen. Die drive om te blijven tekenen, ook als het even tegenzit.
En dit is precies waarom mijn kinderen misschien wél illustrator worden, maar dan om een andere reden dan ik zou kunnen denken. Niet omdat ze mijn ’teken-gen’ hebben geërfd, maar omdat ze opgroeien in een omgeving waar tekenen normaal is. Waar potloden en schetsboeken binnen handbereik liggen. Waar ze zien dat ik elke dag weer achter de tekentafel kruipt, ook als het project niet loopt zoals ik hoop.
Talent is geen knikker die je doorgeeft via illustrator DNA, maar een plantje dat je samen laat groeien. Hoe is mijn eigen plantje eigenlijk gegroeid? Mijn ouders hadden geen van beiden tekentalent… Of ik talent heb, laat ik ook liever over aan anderen om te beoordelen. Kijk hier…